De Draagvlakvariant

op hoofdlijnen

Kenmerkend voor de draagvlakvariant is dat systematisch gebruik is gemaakt van de ‘Ladder van Verdaas’. Daarin vormen fysieke infrastructurele maatregelen de laatste stap. Eerst moet worden nagegaan in hoeverre oplossingen mogelijk zijn via achtereenvolgens: 1. ruimtelijke ordening, 2. beprijzing en beloning, 3. mobiliteitsmanagement, 4. bevorderen fietsgebruik en openbaar vervoer en 5. betere benutting bestaande infrastructuur. Aanpassingen van bestaande infrastructuur en eventuele nieuwe infrastructuur komen als laatste aan bod.

De uitwerking van de ‘ladder’ laat zien dat er diverse maatregelen mogelijk zijn die automobiliteit beperken en doorstroming en bereikbaarheid bevorderen. Daaronder bijvoorbeeld aanpassing van busroutes naar de belangrijkste NS-stations en de aanleg van transferia bij de afslagen van A12 en A50, in combinatie met bikesharepoints en OV-haltes met een directe verbinding naar de belangrijkste werklocaties. Ook mobiliteitsmanagement bij de grote werkgevers in Wageningen is van groot belang. Denk aan betaald parkeren in combinatie met positieve maatregelen gericht op fietsgebruik en OV. Of aan vermindering van elkaar blokkerende stromen fietsers en auto’s op de Nijenoordallee tijdens spitstijden, door aanpassing van collegetijden bij de WUR.

Wanneer diverse partijen elkaar weten te vinden en met elkaar maatregelen nemen om de bereikbaarheid te verbeteren, valt er al heel wat te winnen zonder dat er een schop in de grond hoeft te gaan.

Fysieke maatregelen blijven echter nodig. Oorzaak van veel problemen is dat er voor auto’s maar een enkele toegang is tot de campus en dat de grote stroom fietsers die de Nijenoordallee kruist van en naar de Churchilweg de doorstroming van het autoverkeer op de Nijenoordallee belemmert. In plaats van ingrijpende en kapitaalverslindende maatregelen op deze twee plekken pleiten wij voor een grotere ruimtelijke spreiding van het auto- en fietsverkeer van en naar de campus. In de draagvlakvariant worden er drie toegangen tot de campus gecreëerd voor autoverkeer, met daarop aansluitende parkeervoorzieningen. Voor het fietsverkeer wordt een zestal doorgaande, hoogwaardige en goed bewegwijzerde fietsverbindingen naar en van de campus gerealiseerd, in een aantal gevallen in combinatie met fietstunnels onder doorgaande wegen. Via deze maatregelen worden de conflicten tussen de diverse verkeersstromen geminimaliseerd en neemt bovendien de verkeersoverlast voor de Horsten af.

In tegenstelling tot de gemeentelijke A-variant menen wij verder dat een Noordelijke inprikker onnodig is. Doortrekking van de 2 x 2 rijstroken van de Mansholtlaan tot aan de Droevendaalse Steeg met vrije rechtsaf naar de Campus zorgt voor een betere doorstroming van het autoverkeer vanaf de A12 tot aan de Campus. Ook zijn we er van overtuigd dat door invoering van deze maatregelen de geplande verdubbeling van de Nijenoord Allee niet nodig is.